Leo van Hest

Het gezin Van Hest kwam in 1957 in de Koningswei wonen, op het adres Prinses Sophiastraat 26-28. Leo’s ouders bestierden hier tot 1963 een café met logement. De jonge Leo (1945) groeide op in een rauwe omgeving en een bewogen tijd. Later raakte hij intensief betrokken bij Voetbalclub Koningswei (VKW), waarvan hij nog altijd lid is.

Bij ons kwam van alles, toddenboeren, schèèresliepers, ook nette mensen, fabrikanten. Die kwamen met een grote auto en bestelden een colaatje of zo en dan heel stiekem vroegen ze aan mijn vader: ‘zitten hier publieke vrouwen binnen?’ ‘Ja’, zei mijn vader, ‘maar ik kan je ook naar een publieke vrouw sturen in de buurt’. En dan moest ik altijd met zo’n man mee, ik dacht naar het Sint Jorispadje. Naar Jan en zijn vrouw, die de hoer speelde. Dan belde ik aan en zei ik ’deze man moet u spreken’. Dan knipoogde Jan en de volgende dag kreeg ik 2 gulden 50 van hem.

Er waren ook mensen die met de bakfiets oud ijzer ophaalden of oud papier, todden, lompen. De logementgasten zaten als het winter was bij ons in ’t café bij de kachel. Die hadden niet veel te verteren en dan kwam zo’n toddenboer binnen en als die goed verdiend had, gaf ie iedereen wat te drinken. Tot het geld op was. De volgende keer was iemand anders aan de beurt.


Bij een wolkbreuk liep onze kelder vol. Daar stonden onze bakken bier en frisdranken. Maar the show must go on, dus ik moest mijn zwembroek aan doen en dan ging ik helemaal onder water om een bak bier te gaan pakken. Er was in de kelder zo’n lichtknop met een draadje en peertje aan het plafond. Je moet je voorstellen als er kortsluiting was gekomen… Maar mijn vader was de baas, dus dan maar weer zwemmen hè.’

Akela Eijgenraam dat was een vrouw uit duizenden. Fantastisch was dat om zo’n vrouw te hebben ontmoet. Zij heeft de vlag van onze voetbalclub VKW gemaakt, de club die ze zelf in 1946 mee heeft opgericht en die 65 jaar bestond in 2011. We houden die vlag in ere en nemen hem overal waar we komen mee naartoe.

Waar de ingang is, op het Koningsplein, naar beneden naar de garage, daar ongeveer hebben wij ons café gehad. Ik zeg dikwijls tegen de mensen: hier heb ik gezwommen. Ik droom er nog steeds over. Ik zie nog steeds ons huis, de straatjes. Dat heeft bij mij zo’n impact gehad, de Koningswei, dat vergeet ik nooit van mijn leven meer. Ik zou op mijn blote knieën terug willen kruipen als ik daar weer kon wonen.