Ben van Gestel

Ik woonde met mijn ouders in de Oranjestraat op nummer 54. Ons huis bestond uit 3 kamers, de voorkamer waar ik met mijn ouders sliep, de woonkamer en een heel klein keukentje. In de voorkamer zat ook de waterkraan, dus als er water in het keukentje nodig was moest dat in een emmer gehaald worden. In de woonkamer stond de kachel dus daar speelde heel het huiselijk gebeuren af. Op de plaats was, zoals bij de meeste mensen, de plee en een konijnenhok met ons kerstdiner.

In de Oranjestraat woonden 2 zussen van mijn vader nl. tante Marie Pijpers en tante Cor Snijders. Mijn herinneringen aan de Koningswei als kind zijn die van een grote vrijheid en ongekende speelmogelijkheden. Wij waren bijna de laatste bewoners die gingen verhuizen, dus in al die lege huizen was het heel spannend om op onderzoek te gaan en “waardevolle” dingen mee te nemen. Mijn nichten José en Wilma Pijpers geven in hun verhaal al heel veel uitleg over onze activiteiten.

Wat ik me ook nog heel goed herinner is een, wat ze toen zo noemden, stil kroegske in de Kortestraat. Dat kroegske was van Dieneke en er werd veel gekaart. Ze speelden dan het kaartspel hoogjassen en daar werd natuurlijk ook het nodige bij gedronken en dat verkocht Dienke dan.

Hoogjassen speel ik nog regelmatig, een prachtig spel. Veel verhalen die ik ook ken en gebeurtenissen die ik meegemaakt heb staan al in andere verhalen geschreven dus wil ik niet in herhaling vallen. Het passiespel, de club, het misdienaar zijn, het zijn allemaal mooie herinneringen aan mijn jeugd in de Koningswei.

Tot ziens op de reünie.