Verhalen en herinneringen: Henny Hiemstra

Henny kwam in 1986 met haar twee toen nog jonge kinderen in Sint Anna wonen. In de Meelstraat, een huis op een perceel van 720 m2. Ze laat een plattegrond zien. Het is duidelijk dat achter de tuinen en schuurtjes van buurtgenoten een grote lap grond verscholen ligt, een soort ‘geheime’ tuin. Die tuin hoort bij het perceel van Henny en is bereikbaar via een achterafpaadje. Ook toont de plattegrond hoeveel ruimte er ligt tussen de bebouwing van de Akkerstraat en van de Meelstraat. Veel ruimte dus voor lange, grote tuinen.

Eigenlijk ben ik enorm nieuwsgierig naar het groene stadseiland van Henny, van zeg maar zo’n 600 m2 groot. Maar voorlopig blijven we nog even aan tafel zitten. Volgens Henny moet het ooit woeste grond zijn geweest, met zelfs schapen erop. Het heette in de volksmond de ‘kleine boomgaard’. Richting de Diepenstraat moet er een ‘grote boomgaard’ zijn geweest. ‘Er was een plan dat mijn stuk parkeerplaats zou worden. Dat is door buurtacties tegengehouden. Een projectontwikkelaar wilde hier huizen bouwen, maar ook dat is tegengehouden.’

‘Ooit was het de tuin van meneer Van Diessen, maar na zijn dood redelijk verwaarloosd. Ik heb het opgeknapt. Ik ben in het midden begonnen en van daaruit alles opengemaakt. Heel organisch. Bramen weghalen, bloemen gezaaid, borders gemaakt, slingerpaadjes aangelegd, verhogingen, een vijver. Heb ook een hazelnoot geplant en een kardinaalsmuts. Er stonden al een kersenboom, notenboom, appelboom, perenboom. Een prunus. Veel moes. Bijna dagelijks ben ik bezig in de tuin.’

Henny ervaart het nog steeds als een godsgeschenk dat deze tuin op haar pad kwam, juist toen ze een woning zocht. De tuin is inmiddels een essentieel onderdeel van haar leven geworden. ‘Ik kan hier mijn ei kwijt als hobby-tuinierster. Heerlijk. Ik kan zo intens genieten van al het leven om me heen, de schaduwrijke bomen met hun ritselende bladeren, noten en vruchten, de kleuren en geuren van de bloemen, de rondspringende kikkers, de zoemende bijen, fladderende vlinders, salamanders die zich onder stenen verstoppen en vleermuizen die zich bij de schemering met hun snelle, hoekige bewegingen laten zien. Bovendien, tijdens mijn meditaties onder de bomen vind ik vaak rust en antwoorden als ik wat uit balans ben of het even niet meer weet’

Eindelijk! We gaan naar buiten. Ik had al hoge verwachtingen, maar als Henny me via het hek haar paradijs laat betreden, val ik bijna om van verbazing. Een gigantische groene zee, met overal planten en bloemen die groene en gekleurde accenten geven, hoge oude bomen, doorkijkjes, verrassende hoekjes, loslopende kippen, een bordes met een soort tuinhuis. Het is overweldigend, niet op zijn minst door de enorme oppervlakte. En dat midden in een woonwijk, waar Henny ook nog een aangrenzende tuin huurt. ‘Kun je je voorstellen dat ook mijn kinderen hier graag waren?’

Eenmaal terug binnen moet ik even bijkomen van alle indrukken. Dan komt ook de wijk zelf ter sprake. ‘De buren zijn hier met elkaar verbonden. Als je ziek bent krijg je een pannetje soep, als ik taart over heb dan krijgt de buurvrouw een stuk taart. Verdriet kun je delen en er is genoeg privacy. Vrijheid en toch betrokken. Ik heb me nog nooit zo thuis gevoeld in een woonwijk. Het is hier eigenlijk een soort commune, maar met ieder zijn eigen huis. Het voelt alsof je hier alles met elkaar deelt en toch je eigen plek hebt. Ideaal!’